Vandaag zal ik het hebben over een onderwerp waar ik veel over te horen heb gekregen in mijn jeugd. Ik zal het concept van verboden woorden, termen en gespreks normen bespreken. We gaan langs de effecten van het verbieden van deze dingen en of er een goede manier is om dit in te richten. Ik zal voorbeelden geven van onderwerpen die niet besproken mogen worden volgens sommigen, dus als je dat niet goed kan vallen raad ik aan niet verder te lezen.
Symbolisch verbod
Het verbieden van woorden, termen of gespreks normen is voor het grootste deel symbolisch met een kleine wettelijke grond. Deze wettelijke grond formuleert zich in het verbod op doodsbedreigingen, het aansteken tot geweld en bewust onnodig paniek aansteken. Verder is er een verbod op liegen tijdens rechtspraak. Zo zijn er nog wat andere kleine noch belangrijke momenten dat taal wordt ingeperkt. Andere verboden zijn niet wettelijk, maar symbolisch en sociaal. Denk hierbij aan het gebruik van racistische termen in de publieke ruimte. Zolang dit niet tot geweld aanzet is er geen wettelijk verbod. Toch wordt dit sociaal heel sterk ingeperkt. Zo sterk zelfs, dat deze personen soms uit de publieke ruimte worden verwijderd.
Ook zijn er veel lokale en demografische verschillen. Veel ouderen vinden het onbeleefd om aangesproken te worden ‘je’. Zij oefenen sociale druk uit om jouw taal aan te passen. Met (vaak oudere) mensen in Duitsland wordt verwacht niet te praten over de Tweede Wereldoorlog. Ook hebben recente gebeurtenissen een impact. Als er recent een terroristische aanval is gepleegd in een stad worden uitspraken gerelateerd aan een komende aanval, zoals nep-bommeldingen, niet gewaardeerd, zelfs naast het feit dat dit illegaal is. De culturele normen rondom deze verboden zijn constant aan het veranderen. Meer ouderen die zich jong voelen willen met ‘je’ worden aangesproken, jonge Duitsers staan meer open over gesprekken over de Tweede Wereldoorlog en minder mensen zien de humor in van nep-bommeldingen.
Er zijn nu enkele groepen die sterk tegenover elkaar zijn komen staan. De meest extreme (lees: de meest uitlopende van de culturele norm) groep hierin zijn mensen die zichzelf feministen, social justice warriors en politiek links noemen. Deze groep wil taal inperken op veel manieren. De meest extreme hierin willen termen die verwijzen naar ras, gender of sexuele geaardheid in zijn geheel weghalen. Ook mag er niet gesproken worden over grote delen van de geschiedenis zonder dit hevig in te kleuren. Ook moeten veel traditioneel beledigende woorden worden aangepakt. In veel gevallen willen ze de taal niet weghalen, maar aanpassen naar hun eigen woordenschat.
Aan de andere kant staan de mensen die zichzelf voorstanders van vrijheid van meningsuiting noemen. Zij willen dat er geen limiet komt op woordenschat en dat veel woorden altijd gebruikt mogen worden. Deze mensen willen naar eigen inzien woorden en termen kunnen gebruiken, hoe traditioneel beledigend deze ook mogen zijn. Als laatste willen ze de taal een open boek houden, waar iedereen een eigen woordenschat mag aanhouden.

De effecten van taal belemmering
Het verbieden van woorden, termen of normen rondom taal heeft als direct effect dat mensen met banden opgelegd moeten omgaan met hun taal. Dit maakt taalgebruik vaker dan niet wat bewuster. Deze onderliggende druk kan er toe leiden dat mensen vaker als sympathiek of intelligent overkomen. Dit heeft persoonlijke voordelen in de persoonlijke en zakelijke sferen van diens leven.
Het verbieden van termen geeft ook een gevoel van veiligheid voor de luisteraar. Deze is verzekerd dat bepaalde termen niet tot nauwelijks naar hen toe zullen worden gesproken. Dit maakt het aangaan van open debat toegankelijker.
Dit maakt echter wel een intellectueel probleem. Dit kan snel leiden tot een belemmering van het open debat. Kritisch kijken naar onderwerpen die gevoelig liggen wordt niet gedaan door de controversiële aard. En zij die dit gesprek wel willen aangaan zullen in het beste geval sociaal geïsoleerd worden. In het ergste geval worden zij veroordeeld of vermoord door hun opvattingen. Kijk alleen al naar de Verlichting om te zien hoe ver mensen en instituties willen gaan om zichzelf te beschermen van ‘gevaarlijke’ taal. Ook is er een groep die zich openlijk wil verzetten tegen de bestaande gebruiksnormen door openlijk verboden worden en termen te gebruiken tot humoristische doeleinden. Dit kan in kleine maten het verbied versterken, maar in grote maten het verbod ondermijnen. Maar wanneer een onderwerp sociaal te erg wordt ingeperkt dat humor dit niet eens kan doorbreken is er een groter probleem om dit onderwerp heen. Kijk maar naar alle autoritaire staten die het belachelijk maken van leiders verbied.
Verboden onderwerpen
Dan is er ook nog het concept van verboden onderwerpen. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bespreken van zedendelicten aan minderjarigen. Hierbinnen kunnen nog twee paden bewandeld worden. Het verbieden van onderwerpen in de brede zin: niemand mag dit benoemen. Dit kan ook in krappe zin worden bedoeld: door bepaalde groepen / op bepaalde momenten mag dit niet benoemd worden.
In brede zin onderwerpen verbieden is een idee dat vooral gedreven zal zijn door een politieke ideologie. Hieronder valt ook het actief verzwijgen of laten ondersneeuwen door bepaalde aspecten te dik te benadrukken. Denk hierbij aan de schuld na een conflict tussen twee partijen. Schuld naar de sterkere partij afschuiven wordt zo benadrukt dat schuld bij de zwakkere partij opleggen als onproductief wordt gezien. In krappe zin onderwerpen verbieden heeft meer algemene spreiding. Denk hierbij aan het niet bespreken van politieke snijpunten tijdens het dineren in een restaurant met familie. Hieronder vallen ook het niet bespreken van concepten omdat mensen te jong/oud zijn, geen vrouw/man zijn, single/gebonden zijn.
Ook dit kan leiden tot politiek gedreven taal. Denk hierbij aan het uitsluiten van mannen in de discussie rondom abortus wegens het feit dat zij geen vrouw zijn. De mensen die hiervoor pleiten faciliteren een eenzijdige politieke discussie tot eigenbelang. De politieke ruimte is juist gemaakt voor het vinden en vastleggen van consensus tussen twee of meerdere tegenliggende gedachtengoeden. Dit goed faciliteren zal moeten met duidelijke afspraken. Denk hierbij aan het betrekken van iedereen die zich daartoe geroepen voelt, het laten horen van elke stem maar ook het groepsbelang niet te laten overheersen ten nadele van een minderheid.
Conclusie
Zoals misschien al duidelijk is geworden ben ik geen groot voorstander van verboden taal. Ik vind dat een ieder zichzelf moet kunnen filteren. In dit opzicht ben ik een opzicht van verboden in krappe zin. Er is een tijd en plek voor alle discussies. Wanneer je jezelf daarin oncomfortabel vindt, verwijderen dan jezelf van de discussie. Het is niet je recht anderen te vertellen wat te doen met hun eigen woorden.
Zeverdung