Vandaag wil ik het hebben over een concept in de ethische hoek van de filosofie, natalisme. Natalisme is een ideologie dat het hebben van kinderen wil stimuleren een streeft naar een hoog geboortecijfer. Het is begin jaren ’70 onstaan als een gedachtengoed, maar is naar alle waarschijnlijkheid de menselijke standaard geweest voor millennia. Het werd in de jaren ’70 pas geformaliseerd door een filosofische druk om dit te doen. Natalisme typeert zich met bepaalde uitingen. Denk hierbij aan ondersteuning geven aan nieuwe ouders door belastingvoordelen, ouderschapsverlof en subsidie voor opvang. Sterke aanhangers van deze ideologie willen zelfs verbod leggen op anticonceptie en abortus, omdat dit het hebben van kinderen tegen gaat. In onze tijd wordt natalisme vooral beoefend door sterk religieuzen en andere groepen met relatief grote families. De belangrijkste vraag die ik wil behandelen in deze post is de volgende: is het tijd om van natalisme af te stappen?
Een reactie op ontwikkelingen
Zoals hierboven al genoemd is natalisme een reactie op meerdere filosofische vraagstukken die antwoorden zochten. Al deze vraagstukken hebben hun grondslag in de ethiek. Het gaan dan ook vooral over de moraliteit van het hebben van kinderen. De menselijke conditie is met de geschiedenis steeds grimmiger gebleken: ons leven is doelloos, zonder richting en we zijn gedoemd ons ongelukkig te voelen. Veel klassiek filosofisch denken over geluk vinden in de uitdaging van het leven werd hierin steeds minder relevant. Uit dit grimmige beeld van de menselijke conditie is een beweging onstaan die poogde deze moeizame conditie op te lossen. Niet alleen door de levens te beteren van hen die er reeds zijn, maar vooral om toekomstig leed te minimaliseren door geen mens meer bloot te stellen aan het leed wat komt met leven. In wezen is het argument simpel: mensen ondergaan in hun leven veel leed. Het is goed dit leed tegen te gaan. Dit leed is volledig te niet te doen door mensen niet te laten leven. Het is hierom goed om mensen niet te laten leven. Moorden is fout, en daarom moeten we voorkomen dat mensen ontstaan. Met de uitwerking van dit argument is anti-natalisme geboren. Tegen deze beweging is daaropvolgend het natalisme ontstaan. Religieuze groepen zijn hierin de voorlopers geweest: in hun religie is het hebben van kinderen nodig, een geschenk of een plicht. Hoewel dus de menselijke standaard heeft natalisme zich moeten bewijzen tegen de nieuwe beweging. Dat hebben ze proberen te doen met twee uitgangspunten. Deze zijn religieus en evolutionair.
Een onconventioneel duo
Religie en evolutie worden niet vaak als complementair gezien. Religies hebben vaak een verhaal over het ontstaan van de wereld of een reden waarom wezens zoals ze nu zijn bestaan. Evolutie stelde deze verhalen en ideeën op de proef door wetenschappelijk aan te tonen dat de wezens op aarde zijn onstaan door een geleidelijk proces en niet zoals beschreven staat in die verhalen. Maar zij werken samen om anti-natalisme tegen te gaan. De religieuze denkers deden dit met een argumentatie uit religie en moraliteit. Zij stelden dat het leven geen bodemloze put aan leed is. Hoewel een leven vol verdriet, eenzaamheid en ander leed kan voorkomen wordt dit ten alle tijden te niet gedaan doordat je naar de hemel kan gaan. Ook tijdens je tijd op aarde zal religie je steun geven om ook de moeilijkste tijden door te slaan. Hiermee wordt dus weerlegt dat het leven vol leed is. Het leven is alleen vol leed wanneer er niet naar een specifieke religie wordt geleefd. Zo lang als dat mensen blijven geloven is er geen redenen om hen het leven te ontnemen, ook niet wanneer zij hier zelf nog niet bewust van zijn. Religie stelt dus dat er vooral veel mensen moeten leven omdat elk leven een positief leven kan zijn.

Evolutie brengt een ander argument naar de tafel. Evolutie baseert zich op de verandering van een wezen op zijn leefomstandigheden door generaties die steeds beter geoptimaliseerd worden. Wezens zijn daarom biologisch gebouwd om één ding te willen blijven doen: reproduceren. Zonder reproductie is er geen mogelijkheid de veranderende leefomstandigheden te over komen. Elk wezen heeft daarom van nature een drijfveer om zichzelf te reproduceren. Mensen, met hun brein dat kan nadenken over dit feit, spelen daarom met de regels van de natuur wanneer ze zelf beslissen geen kinderen te hebben. Hoewel dit om meerdere manieren gerationaliseerd kan worden, is er geen duidelijk doel om dit fundament tegen te gaan. Zelfs wanneer de problemen zo onoverkomelijk blijken dat het zinloos lijkt te zijn, is het biologisch nodig om kinderen te hebben. Dit heeft er mee te maken dat de continuïteit van het wezen prioriteit nummer één heeft. Zonder een wezen zijn er namelijk geen manieren meer op de problemen die we tegen komen op te lossen. En als je schuld voelt over het feit dat je de volgende generatie opzadelt met deze problemen, weet dan dat problemen bedoeld zijn om opgelost te worden en mensen bedoeld zijn deze problemen op te lossen. In de loop van onze evolutie hebben wij een brein gekregen dat over deze kwesties kan nadenken. Dat brein is geen constante plezier-machine, het vereist tegenslag om optimaal te werken. Als mensen altijd gelukkig hadden moeten zijn, hadden mensen geen breinen moeten krijgen. Evolutie gaf ons een brein en daarmee de mogelijkheid ons grimmige leven tegen te gaan. Ons wezen daar tegen verzetten door besluiten geen kinderen te hebben omdat het leven te moeilijk zal zijn is hierom een slecht argument.
Het fundament van menselijk geluk
Graag zou ik mijn eigen argument voor natalisme naar voren willen brengen. Zoals velen van mijn argumenten heeft ook deze een begin in menselijk geluk. Het argument dat ik wil voorleggen is niet dat iedereen gelukkig wordt van het hebben van kinderen. Ook ik zie dat als een te extreme claim om te maken. Echter vind ik het argument om te stoppen met het hebben van kinderen door het leed wat het leven brengt een nog extremere claim. Menselijk geluk komt in eerste instantie uit iemand zelf. Van alle dingen die een mens gelukkig kan maken is het verzorgen van en trots zijn op kinderen altijd een belangrijke bron geweest. Het willen stoppen van deze bron aan geluk is het willen stoppen van menselijk geluk hier en nu. Daarbij zijn er veel dingen die kunnen worden gedaan om het mogelijke leed van een kind tegen te gaan door zowel de ouders van het kind als de maatschappij waarin zij worden geboren. Allereerst is de mogelijkheid voor ouders om ook echt voor hun kind te zorgen. Een goede band opbouwen met beide ouders is één van de ‘eenvoudigste’ manieren om leed voor een kind tegen te gaan. Maar om dit te realiseren moeten we weg met de notie dat geluk komt uit geld en carrière. Dit is niet onwaar, maar het is misleidend. Net zoals niet iedereen gelukkig kan worden van kinderen, kan niet iedereen gelukkig worden van geld en carrière. Daarom zijn de huidige beleidsstukken die natalisme bevorderen niet alleen goed maar ook nodig om mensen gelukkig te kunnen laten leven op hun manier. Die beleidsstukken hebben als bijkomend voordeel ook dat zij de levensstandaard die we hier genieten in het Westen omhoog houden door goed onderwijs en het minderen van armoede onder gezinnen. De laatste reden om natalisme te blijven bevorderen is de grijze druk. Wanneer een bevolking ouder wordt, zijn er steeds meer mensen die zorg nodig hebben om te blijven leven. Dit heet grijze druk. Wanneer de grijze druk toeneemt stijgt de bevolking die zorg nodig heeft sneller dan het aantal werkenden. Deze toenemende druk geeft enorme last aan werkenden. Er moet meer belasting worden geheven en er wordt meer mantelzorg verwacht. Alleen een jonge golf, ook wel groen golf genoemd, kan deze problematiek tegen gaan. En daarom stel ik voor om beleidsstukken die natalisme bevorderen te verruimen en natalisme weer als de standaard tot ons te nemen. Natalisme was de menselijke standaard voor millennia. Hoewel nieuwe denkers hebben willen beargumenteren dat dit slecht is, houden hun argumenten weinig water tegen de noodzaak en voordelen van de volgende generatie.
Zeverdung