Macht en gezag

Deze post in de korte serie oplopend naar de verkiezingen van november zal gaan over macht en gezag. Een definite van macht kan zijn ‘het vermogen van personen of groepen om andere personen of groepen de wil op te leggen’ en een definitie van gezag is de definitie van macht met de toevoeging dat deze macht gelegitimeerd is. Legitimeren gebeurd door dat de wil past bij de normen, waarden en moraal van de partijen waarop de wil word gelegd. Dit is een onderwerp dat betrekt op het vertrouwen in de overheid, waar de overheid zich mee mag bemoeien en welke rollen er in de overheid verwacht worden.

De overheid: Waarmee?

De overheid is een orgaan wat meegroeit met de tijd. Waar een overheid zich vroeger alleen bezig hield met internationale en interne veiligheid, de zogeheten nachtwakersstaat, is de overheid zich steeds meer gaan bemoeien met andere zaken. Meestal is dit gegaan op verzoek van de bevolking. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidszorg, arbeidsveiligheid, rechtsspraak en internationale hulp. Voor de meeste mensen is een overheid groter dan een nachtwakersstaat moeilijk weg te denken. De staat zoals het nu bestaat is vooral een verzorgingsstaat, die zorgt draagt voor iedereen die onder de staat valt. In dit landschap heb je uiteenlopende meningen over hoe deze status dient te veranderen. Sommigen willen dat de overheid zich minder bezighoudt met bijvoorbeeld de marktwerking en persoonlijke levensovertuiging, waar anderen vinden dat de overheid meer moet ingrijpen in het klimaat of de mentale gezondheidszorg. Uiteindelijk zullen de meeste mensen vinden dat in de zaken waar hun moraal overlapt met beleid het belangrijk is dat de overheid groot (of juist klein) is. Aan iedereens wensen voldoen zal niet lukken, dus deze verkiezingen zijn een goed moment om te kijken naar welke onderwerpen je belangrijk blijft vinden voor de komende jaren.

De overheid: Door wie?

Een interessantere vraag komt naar boven als we vragen ‘door wie?’. Deze vraag beslaat uiteindelijk wie de personen zijn die hun wil op ons mogen leggen. Dit is soms een best enge toedracht. Het legitimeren van hun macht is daarom erg belangrijk. Hiervoor hebben we het democratische proces van stemmen. In onze moderne maatschappij is dit de standaard geweest voor enkele eeuwen en is dit voor veel mensen de beste manier om macht te legitimeren. Toch zijn er posities van macht die buiten dit proces vallen. De gehele uitvoerende macht wordt niet direct gekozen maar die worden beslist met de formatie van een coalitie. De opmaak van een coalitie is natuurlijk deels gekozen door de bevolking, naar deze laat nog steeds een groot deel van de bevolking buiten de keuze om ministers te legitimeren. Nu zullen er niet veel ministers zijn die erg onpopulair zijn bij het volk. Toch kan het gebeuren dat een minister zijn positie van macht verkrijgt zonder dat deze per definitie is gelegitimeerd door het volk. Hiermee staat diens gezag op zwakkere voet dan bij andere volksvertegenwoordigers. Dit kan verholpen worden door ministers direct te benoemen of door ministers per referendum te kunnen laten verwijderen, waar dit nu officiëel nog alleen kan bij koninklijk besluit. Hiermee zijn we aangekomen bij de meest controversiële positie in de uitvoerende macht: de koning. De positie van de koning is bepaald op basis van de invloed die de koning van oudsher heeft gehad in het bestuur van het land. Hoewel zijn rol nu alleen ceremonieel is, bezit hij wettelijk gezien voldoende macht om een kabinet te verwijderen. Deze doorn in het democratische proces doet niet veel goeds voor de legitimatie die de overheid in zijn geheel geniet in Nederland. Daarom is ook één van de belangrijke vragen deze verkiezingen: willen we dat nog wel, een monarchie?

Zeverdung

Een gedachte over “Macht en gezag

Plaats een reactie