Homoacceptatie in de kerk

Binnen de kerk is er al lange tijd een discussie omtrent hoe om te gaan met homoseksuelen. In 2023 heeft paus Franciscus nogmaals toegezegd dat LHBTIQ+ personen welkom zijn in de katholieke kerk, hoewel er recent weer berichten komen van discriminerende uitspraken binnen het Vaticaan. In mijn eigen kerk is afgelopen twee jaar een werkgroep opgesteld om te onderzoeken hoe we moeten omgaan met de LHBTIQA-gemeenschap. En zo kwam het onderwerp homoseksualiteit en de Bijbel weer naar voren in een kleine kring van medechristenen. Het is iets dat leeft, dat moge duidelijk zijn. De meningen lopen ook erg uit elkaar. Er zijn hen die stellen dat we de wetten uit de Bijbel bij het woord moeten naleven, anderen stellen dat de literaire en historische context nodig zijn om goed te interpreteren en weer anderen stellen dat naastenliefde het uitgangspunt moet zijn en er geen discussie hoort te zijn. Toch leeft de discussie nog steeds, ook in mijn omgeving. Graag wil ik de belangrijkste gedachtes delen die uit de discussie in de kleine kring naar voren kwamen waar ik enkele tijd geleden aan heb deelgenomen. Ik neem je graag mee in de vragen die zijn gesteld, argumenten die ik heb geformuleerd en welke conclusie de avond had. Hierbij zal ik de zowel de Bijbel, moderne invullingen en kerkelijke keuzes toelichten en hierover mijn eigen mening vormen.

De Bijbelse moraliteit van homoseksualiteit

Er zijn niet veel passages in de Bijbel die expliciet spreken over homoseksualiteit. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk het verhaal van Sodom en Gomorra, waar sodomie vaak wordt gezien als (onder andere) homoseksuele handelingen of homoseksueel zijn. Dit verhaal staat in Genesis 18 & 19. Tegenwoordig zien we steeds vaker dat mensen dit niet meer aanhalen, omdat historische en literaire context aanduiden dat het hier zou gaan om een schending van het gastrecht doordat er sprake zou zijn van groepsverkrachting. Binnen de historische context is het te verklaren dat steden verwoest zouden worden om deze reden.

In Leviticus 18 & 20 zou ook worden gesproken over homoseksualiteit. In deze passages wordt homoseksualiteit als een ‘gruwel’ beschreven die met de dood zou moeten worden bestraft. Over deze tekst bestaat nog steeds enige discussie, anders dan bij het verhaal van Sodom en Gomorra. Er zijn hen die stellen dat de tekst enkel zou spreken over homoseksualiteit tussen twee mannen van dezelfde familie en het dus een verbod op incest zou zijn. De Hebreeuwse grondtekst maakt duidelijk dat het verbod van seks tussen twee mannen niet vergelijkbaar is met het verboden van seks met dieren. Bij seks met dieren wordt duidelijk gesteld dat niemand seks mag hebben met dieren, waar dit met seks tussen mannen niet duidelijk wordt gesteld. In deze onduidelijkheid kan je stellen dat seks tussen twee mannen die niet per definitie verkeerd is, maar dit wel wordt wanneer het twee mannen van dezelfde familie zou beslaan.

Als laatste wil ik Romeinen 1 aanhalen. Hierin schrijft Paulus dat homoseksualiteit bij zowel mannen als vrouwen verkeerd is, evenals het goedkeuren hiervan. Beiden zouden met de dood moeten worden belast. Wel staat dit er alleen over homoseksuele handelingen van niet-gelovigen. Hier zou je uit kunnen opmaken dat dit meer een probleem zou zijn met de niet-gelovigheid dan de handelingen zelf, omdat meerdere handelingen met de dood worden belast hoewel gelovigen dit even goed zouden kunnen uitvoeren. Ook hier is duidelijkheid scheppen wanneer de literaire en historische context wordt toegevoegd lastig. Enkel de Bijbel gebruiken maakt dat de interpretatie kan veranderen door het weglaten en toevoegen van context. Wanneer je het volledig letterlijk zou lezen is homoseksualiteit een gruwel, wanneer je de meest mogelijke context aan hangt is niet-gelovig zijn een gruwel met homoseksualiteit als gevolg. De tekst is in die zien niet positief over homoseksualiteit, maar verbiedt het niet compleet. Als christen daarom homoseksueel zijn met een tekst als deze in het achterhoofd is lastig, maar om homoseksuelen te betichten van zonden zou ook niet mogelijk worden. Het is hiermee een tekst die veel zegt over hoe de lezer als gelovige moet zijn, niet over wat ze moeten doen. Zo heeft dit stuk dus ook niet geholpen met de vraag hoe christenen moeten omgaan met homoseksuelen.

Daarbij is er ook nog de discussie rondom selectief winkelen. Selectief winkelen houdt in dat er wel gebruik wordt van het één maar niet het ander hoewel deze onlosmakelijk verbonden zijn. Deze lijn van argumentatie wordt vooral gebruikt tegen mensen die de bijbel meer letterlijk lezen. Zij die wetten aanhalen uit het Oude Testament om homoseksualiteit te betichten leven volgens dezelfde wetten in zonde doordat ze niet alle wetten zelf na willen of kunnen leven. Echter zouden deze wetten, zoals de wetten over reinheid, niet meer belangrijk zijn voor hen nu, terwijl de wetten over homoseksualiteit nog wel belangrijk zijn. Ze spelen hiermee met of de regels letterlijk genomen moeten worden, vandaag de dag nog gevolgd moeten worden en of de regels nog belangrijk zijn voor niet-Joden.

De hedendaagse invulling

In het heden ten dage zijn er enkele manieren om hier als christen en kerk mee om te gaan. Zij die homoseksualiteit als een zonde zien kunnen dat gebruiken om homoseksuelen uit te jouwen, te beledigen en uit de kerk te houden. Dit is een redelijk zeldzame maar toch voorkomende positie. Zelf ben ik van mening dat deze mensen de strekking van het christendom volledig missen. Zelf ben ik van mening dat naastenliefde, en daarmee tolerantie, een belangrijker uitgangspunt uit de Bijbel is. Er is een reden dat de Bijbel duidelijk is over je naasten lief hebben als je zelf en onduidelijk is over de morele strekking van homoseksualiteit. Dan is er ook nog de groep die gehele acceptatie en integratie van homoseksuelen, maar ook anderen uit de LHBTIQA-gemeenschap, doorvoert. Sommigen van hen zien de binnenkerkelijke emancipatie van vrouwen door weerlegging van geschriften die vrouwen zouden hebben verboden te spreken in de kerk als voldoende onderbouwing om ook anderen die waren uitgesloten van kerkelijke functies toe te laten. Dit is het meest te zien in internationale kerken, zoals in Amerika. Deze positie wordt minder ingenomen in het calvinistisch onderbouwde Nederland. Ik vind het goed dat die ontwikkeling niet wordt doorgezet in Nederlandse kerken. Dit zeg ik omdat Amerikaanse kerken die dit wel doorzetten grote krimp ervaren. Dit heeft als belangrijkste reden dat kerken die zich inzetten voor integratie van de LHBTIQA-gemeenschap vaak vergeten waarom mensen naar de kerk gaan. De kerk is voor veel mensen niet een instituut om sociale rechtvaardigheid mee uit te voeren, maar een plek om spiritueel gevoed te worden. Kerken die zichzelf hard maken voor integratie doen dit vaak ten kostte van de spirituele voeding. De keuze die kerken hier in maken is dus niet voor het evangelie of voor het volgen van Gods woord, maar om mee te gaan in de cultuur. Het is duidelijk dat dit niet is hoe de kerk groeit. Kerken zouden zich hard moeten maken om cultuurverandering te veroorzaken en niet om er mee in te gaan. Alleen dat is de manier geweest om de kerk te laten groeien en bloeien.

Welke keuzes kerken maken

Kerken als instituten lijken voor buitenstaanders soms als logge organisatie. Dit is echter een vertekend beeld. Net als met elke plek waar mensen samen komen is er in kerken constante veranderingen in de dominante denkwijze en gebruiken. Hiervoor hoef je enkel te kijken naar de grote hoeveelheid verschillen die er zijn tussen kerken. Deze verschillen dragen ze vaak niet uit naar buiten, maar ze leven wel in de gemeenschap. Wanneer we kijken naar homoacceptatie in de kerk zien we dat kerken vaak één van drie keuzes maken. De keuze kan zijn dat er geen acceptatie bestaat en deze mensen geen lid kunnen worden van de gemeente. Deze kerken zullen zichzelf vaak als bijbelvast zien. Dit zijn kerken die soms het nieuws halen vanwege opmerkelijke acties. Dan heb je kerken zoals het eerdere voorbeeld van Amerikaanse kerken. In deze instituten is homoacceptatie volledig geïntegreerd in het kerkwezen. Deze beroepen zich vaak op uitspraken zoals ‘heb je naaste lief als je zelf’ en ‘ieder mens is in Gods beeld gemaakt’. Zoals eerder genoemd ervaren deze kerken de meeste krimp van alle kerken, met leden die vertrekken naar andere kerken of het geloof verlaten. Ik zie de integratie van en de krimp als onlosmakelijk van elkaar. Als laatste kunnen kerken kiezen om de acceptatie niet volledig door te voeren. Dit kan zich uiten in het wel toelaten van homoseksuelen in de kerk maar niet de mogelijkheid geven om in de kerk te trouwen. Binnen calvinistisch Nederland zien we dit veel; kerken die beleid hebben tegen homoseksuelen in voorbeeldfunctie, zoals tienerleiders en predikanten, maar geen problemen hebben met leden die homoseksueel zijn. Naar buiten draagt dit zich uit als schijn integratie. Kerken zouden het minimale doen om negatieve media te mijden zonder echte verandering door te voeren. Dit beeld is echter niet correct. Allereerst is dit niet een unieke discriminatie tegenover homoseksuelen. De lijst met vereisten om lid te zijn is vaak vrijwel nul, enkel dat je wordt geregistreerd. Een functie bekleden kent echter wel veel haken en ogen. Ik ben bekend met regels zoals: het hebben uitgedragen van je belijdenis, moeten hebben gestudeerd aan één specifieke universiteit in Nederland, een bepaalde leeftijd hebben bereikt of het maagd zijn gebleven tot het huwelijk. En in dit soort rijtjes wordt dus ook neergezet dat mensen ook niet homoseksueel mogen zijn of in een homoseksuele relatie mogen zitten.

Schuilt er achter deze en andere eisen een bepaalde vorm van angst voor God? Voor sommigen zal dit zeker gelden. Zij denken dat wanneer ze voorbeeldfuncties open stellen voor homoseksuelen ze de kerk in zijn geheel openstellen voor het oordeel van God, net zoals dit zou gebeuren bij het open stellen van deze functies voor ongelovigen. Op veel manieren lijkt deze manier erg op dat wat is geschreven in Romeinen 1. Daarin staat, zoals ik het interpreteer, dat homoseksualiteit voortvloeit uit ongeloof, of nog concreter gezegd uit zonde. Iemand die homoseksueel is verkiezen als predikant is iets wat afschrikwekkend werkt omdat deze persoon zou leven in zonde. Hierop denk ik: welke predikant leeft niet in zonde? Is zonde niet over een ieder van ons gevallen? Dit betekent niet dat ik tegen deze eisen ben. Ik vind het goed als een kerk een voorbeeld zoekt waar ze achter kunnen staan, net zoals een land een leider kiest en een bedrijf een functionaris. Er moet worden voldaan aan alle wensen, zelfs de irrationele. Als ik kijk naar kerken zie ik twee manieren die niet werken en één manier die slecht uit de klei komt. Omdat voor mij totale uitbanning en totale integratie niet lijken te werken berust mij enkel de taak om de middenweg te blijven verdedigen. Betekent dit dat ik bijdraag aan het idee dat kerken niet durven te veranderen? Ongetwijfeld. Toch zal ik blijven werken om kerk en maatschappij dichterbij elkaar te brengen. Deze verantwoordelijkheid heb ik opgelegd gekregen door de positie waarin ik ben beland en de talenten die mij zijn berust. Mocht je naar aanleiding van deze post in gesprek willen gaan kan dat onder de post in de reacties of via de contactpagina, te vinden in het menu bovenaan deze pagina.

Zeverdung

Plaats een reactie