Vandaag wil ik een eerste stap zetten naar een antwoord op een grote vraag die leeft in de maatschappij. Vaak hoor ik mensen in de politiek of in de sociale ruimte de vraag stellen: wat is nou de Nederlandse cultuur? Zelf zou ik willen zeggen dat ik bij de Nederlandse cultuur hoor, maar hoe ik die cultuur ervaar is vast anders dan hoe anderen dat doen. Daarom wil ik graag vertellen over hoe ik de Nederlandse cultuur ervaar en waar ik denk dat deze vandaan komt. Om hiertoe te helpen zal ik een historisch document uit de Nederlandse geschiedenis aanhalen, de synode te Emden 1571. Een synode kun je zien als een kerkvergadering, waar afgevaardigden van kerken samen besluiten nemen over geloofskwesties. In deze synode hebben vroege Nederlandse protestantse en gereformeerde kerken overleggen gehad over belangrijke zaken omtrent hoe de kerk dient te werken. Ik zal bepalingen 19 tot en met 24 behandelen en per onderdeel vertellen hoe ik dit terug zie in de Nederlandse cultuur van vandaag. Deze onderdelen betreffen de belangrijkste van de sacramenten voor protestanten en gereformeerden, namelijk de doop, het Heilig Avondmaal en het huwelijk.
De praktijk van de doop
In de synode is het volgende geschreven over de praktijk van de doop:
19. Het doet er niet toe of iemand tijdens de doop één of drie keer met water wordt besprenkeld. Wij laten de gemeenten daarom vrij om volgens hun gebruiken te werk te gaan, totdat de volgende generale synode anders beslist.
20. Het al dan niet meenemen van peetouders voor de doop is ook een kwestie van gewoonte. Daarom zijn de gemeenten vrij om zich aan hun gebruiken te houden totdat een generale synode anders besluit.
Welke belangrijke elementen zien we hier terug als we proberen te achterhalen wat belangrijk was voor de Nederlandse cultuur van toen? Ik zie twee keer ‘gebruiken’ staan, wat een synoniem is voor gewoonte. Dit laat zien dat wat al was een bepalende rol heeft in wat nog kan. Ook ‘vrij’ staat twee keer. Dit laat zien dat eigen keuze belangrijk is. Dit zijn allebei geen gekke dingen die je voor veel landen in west-Europa kan zeggen. Er staat nog een derde uitspraak die belangrijk is, ‘totdat een generale synode anders besluit’. Op dit punt gaan we zo verder, eerst de historische context geven bij de synode. De synode te Emden was geen nationale synode, maar een synode van verbannen gemeenten. Deze gemeenten waren verbannen, omdat de niet hoorde tot de staatskerk van Spanje, de Katholieke Kerk, waar Nederland toen onder viel. De synode had hierom ook het doel om bepalingen te maken en een nieuwe kerk te stichten. Wij kennen deze kerk nu als de Nederlandse Hervormde Kerk, vroeger de Nederduits Gereformeerde Kerk. In de bepalingen zien we daarom ook bepalingen die passen bij een gebied wat zich los wil maken van een autoriteit ver weg. Zo dient er niet getergd te worden aan tradities (gewoonten) en rechten (vrijheid). Toch staat er dat een generale synode, iets wat tot dan alleen een Katholiek concept was, de bepalingen kan wijzigen. Dit laat zien dat deze verbannen gemeenten niet streden voor een expliciet vrijblijvende kerk, maar dit nu zag als de beste oplossing. Mocht in de toekomst andere ideeën hierover opkomen is er de ruimte dit aan te passen. Dit staat daarmee in sterk contrast met een document als de Amerikaanse grondwet, waar wijzigingen aan bestaande bepalingen moeilijk te maken zijn. Persoonlijk zie ik dit als bewijs dat republikanisme inferieur is aan de protestantse kerk op het aspect van democratie, maar dat is een bijzaak. Om verder te gaan over de synode te Emden, punten 19 & 20 tekenen voor mij een duidelijk beeld van de tijdsgeest waarin zij is geschreven en wat mensen belangrijk vonden: gewoonten, vrijheid en acceptabel bestuur.
De praktijk van het Heilig Avondmaal
In de synode is het volgende geschreven over de praktijk van het Heilig Avondmaal:
21. In de kerken waar we de vrijheid hebben om te organiseren, zal gewoon brood worden gebruikt en gebroken bij de verdeling van het Avondmaal. Wij vinden het onbelangrijk of men lopend, staand of zittend het Heilig Avondmaal viert. Daarom kunnen gemeenschappen handelen zoals zij dat nodig achten. Gemeenten zijn vrij om tijdens de communie psalmen te zingen of de Heilige Schrift te lezen, en om woorden van Christus of Paulus te gebruiken bij het aanbieden van brood en wijn. Men moet er echter voor oppassen dat men door het uiten van woorden niet de schijn of de indruk wekt van een toewijding aan de elementen brood en wijn.
Zelf zie ik hier, net als hierboven, het belang van gewoonten, vrijheid en acceptabel bestuur terug. Ook zie ik hier iets extra’s terug komen. Dat gaat over het stellen van kaders van wat acceptabel is. Dit is terug te zien in het laatste deel, beginnend met ‘men moet er echter’. Hier wordt expliciet benoemd wat niet de bedoeling is. Hier wordt een traditionele gewoonte afgekeurd omdat het niet past binnen de gestelde kaders. De uitspraak ‘toewijding aan de elementen’ wordt gesteld als in strijd met de Bijbelse wet die stelt dat symbolen niet geëerd mogen worden, ook niet in naam van God. Dit is sterk in lijn met de heersende kerkorde in protestants Nederland van de tijd. Naar mijn inzicht is deze bepaling expliciet opgenomen om te voldoen aan een belangrijk principe van nieuwe instituties, namelijk dat het instituut zich moet kunnen differentiëren van andere al bestaande instituties. Indien dit soort bepalingen er niet waren geweest was deze nieuwe kerkorde niks meer dan een paar zinnen die stellen dat iedereen moet kunnen en laten wat ze willen. Het hele instituut daaromheen, in dit geval de nieuwe kerkorde, zou hiermee niet echt een instituut worden. Wat maakt dit typisch Nederlands? Zelf zie ik deze verwachting ook terug in omgang met mensen. Veel zijn okay met van alles en nog wat; dat is mijn pakkie aan, niet dat van hun. Er heerst een bepaalde tolerantie voor alles binnen de gestelde kaders. Toch lijkt alles daar buiten een non-starters voor veel mensen. Natuurlijk verschillen mensen in waar die kaders liggen, maar ik merk bij vrijwel alle mensen weinig openheid naar ideeën die niet in diens eigen kaders passen.
De meeste mensen kennen de bekende voorbeelden van groepen Nederlanders die zo denken: orthodox-gereformeerde christenen over mensen uit de lhbti-gemeenschap, SGP stemmers over vrouwen in de politiek en autofanaten over de honderd kilometer per uur op de snelweg. Toch zijn er meer, minder bekende voorbeelden. Uit mijn eigen leven weet ik dat er veel minachting bestaat tegenover christenen, specifiek vanuit de liberale hoek. Dit kan alles zijn tussen aannemen dat ik vrouwen als minderwaardig zie en verwachten dat ik niet geloof in wetenschap. Het klopt dat mijn blik kan verschillen, maar direct naar het radicale gaan én daarna ‘mijn’ standpunt verwerpen is een duidelijk voorbeeld van de verwerping van ideeën van alles wat buiten diens eigen denken valt. Hierbij wil ik de kanttekening maken dat er wel mensen zijn die hier niet al voldoen. Deze mensen zijn vaak deel van twee groeperingen die vaak tegenover elkaar staan, bijvoorbeeld doordat ze verhuizen of een partner vinden. Dit soort mensen noem ik graag culturele mengers, omdat er rond deze personen menging kan ontstaan en de openheid die mist kan opkomen. Niet elke culturele menger is zich bewust van of blij met diens rol, maar mochten ze deze verantwoordelijk gebruiken kan dit leiden tot grote opbloei van tolerantie tussen groepen, iets wat de meeste groepen als positief ervaren.

Het huwelijk
In de synode is het volgende geschreven over het huwelijk:
22. Niemand die onder de macht van zijn ouders of hun vertegenwoordigers staat, mag een huwelijk aangaan zonder hun toestemming. Zonder haar toestemming is een huwelijksgelofte ongeldig. Als ouders echter koppig en onbereikbaar blijken door onder geen enkele omstandigheid hun toestemming te willen geven – wat soms gebeurt uit afkeer van religie of om andere redenen – dan beslist de kerkenraad of de reden voor het voorkomen van deze heilige instelling geldig is.
23. Een wettelijk gesloten huwelijk kan niet nietig worden verklaard, zelfs niet als beide partijen daarmee instemmen. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat een predikant of een ouderling van de gemeenschap aanwezig is wanneer de huwelijksgeloften worden uitgewisseld. Op deze manier kan hij, voordat hij de wederzijdse belofte doet, vaststellen of beide partners een zuiver geloof hebben, of de ouders het daarmee eens zijn en of er – als een van hen of beiden eerder getrouwd was – er deugdelijk bewijs is van het overlijden van de voormalige echtgenoot.
24. De namen van degenen die willen trouwen worden op drie zondagen of anders drie keer met passende tussenpozen aan de verzamelde gemeenschap bekendgemaakt.
Ook hier zie ik duidelijk de wens voor acceptabel bestuur erg sterk terug. Er is respect voor bestaande autoriteit, zoals ouders, maar deze zijn niet feilloos. Daarom kan er beroep worden gedaan op een hoger, beter instituut. In dit geval is dat de kerkenraad, maar in het huidige Nederland is dat natuurlijk voor de meeste mensen een ander, hoger instituut. Het is geen perfecte vergelijking, maar die krijg je weinig in de geschiedenis. Toch zie ik iets terug van onze huidige democratische rechtsstaat. De kerkenraad is een verkozen orgaan die werkt op basis van een algemeen geaccepteerd beleid die uiteindelijk de finale beslissing kan nemen over zaken. Zoals ik zei, geen perfecte vergelijking, maar ik zie zeker terug dat mensen zelfs in de zestiende eeuw al meer verlangde naar democratie. Ik zie een tweede belangrijk aspect in de bepalingen. Dat is sociale controle, zowel impliciet als expliciet. Impliciet lees ik het in bepaling 24, waar het huwelijk wordt bekend gemaakt aan de leden tot wel drie weken rond het huwelijk. Dit heeft natuurlijk het effect dat iedereen af weet van het huwelijk en daarop de acties van de betreffende mensen kan toetsen, zoals toen gebruikelijk was. Mocht men de geloften van het huwelijk breken, zou dit niet stilletjes kunnen gebeuren. Dit maakt dat mensen sociaal onder druk werden gezet zich te houden aan de gemaakte afspraken. Expliciet lees ik het in bepaling 23, waar het huwelijk niet kan worden beëindigd. Hier wordt dus ook expliciet gemeld dat de gemaakte afspraken, in dit geval het huwelijk, moeten worden nageleefd. Dit laat zien dat toendertijd mensen veel liever zagen dat belangrijke afspraken worden nageleefd. Ongeacht welk effect dit heeft op menselijk gedrag wil ik in gaan in welke omstandigheden je dit zou willen. Ik zie hier in terug dat mensen eerder last hebben gehad van mensen of organen die zich niet houden aan gemaakte afspraken. Als we de historische context hier naast plaatsen is dit niet vreemd.
Wat zegt dit alles ons over de Nederlandse cultuur van toen? De omstandigheden waarin mensen zich bevinden hebben duidelijk grote invloed op wat mensen belangrijk vinden. Zelf zie ik dat de problemen die worden aangehaald in de Synode te Emden op hun eigentijdse manier vandaag ook weer leven. Mensen ervaren last van een onacceptabel instituut, mensen ervaren druk om weg te doen van hun gebruiken en ook ervaren mensen dat hun vrijheden in naam van iets onzinnigs worden geminderd. Misschien is een bepaling zoals de Synode te Emden weer nodig voor mensen om deze ervaringen te niet te doen. Dit betekent dat het is aan kleine gemeenschappen om zich te laten horen en om met elkaar bepalingen te maken waar iedereen mee kan leven, niet alleen de grootste groep.
Zeverdung