Typisch Nederlands: De calvinistische arbeidsethos

Mensen die mij goed kennen zullen niet verbaasd zijn met deze post voor twee redenen. Allereerst, ze weten hoe erg geïnteresseerd ik ben in de culturele invloed van het christendom op de Nederlandse cultuur. Daarnaast weten mensen hoe ongelofelijk veel werk ik weet te verzetten. Nu is dit niet bedoeld om mezelf een klop op de schouder te geven, maar om kritisch te kijken naar de waarheid van de christelijke oorsprong van deze arbeidsethos, hoe dit de Nederlandse cultuur heeft beïnvloed en waarom mensen en de maatschappij deze ethos nodig hebben. Het zal een echt verleden, heden en toekomst verhaal worden.

Hoe christelijk is de calvinistische arbeidsethos?

Voor onze christelijke lezers is een voorstelling maken bij hoe de calvinistische arbeidsethos zich floreert makkelijk. Veel van ons zullen familieleden die direct naar boven kwamen bij het lezen van de titel. Ik weet dat dit ook voor mij geld. Van jongs af aan ben ik omringd geweest door hardwerkende mannen die zes dagen arbeiden en al hun werk doen, waarop ze de zevende dag rusten en toewijden aan God. Maar de ethos is meer dan alleen hard werken. Het is ook zuinigheid en bescheidenheid. Wanneer ik kijk naar kleine kerken, soms met maar 60 leden, en ik zie hoe deze als gemeenschap toch de fondsen lijken te verkrijgen om voort te bestaan, dan zie ik deze ethos ook terug. Hard werken kan leiden tot welvaart, maar welvaart moet geen doel zijn. Daarom zullen deze mensen, in alle discretie, hun welvaart delen met de kerk. Er is nog een derde element. Er heerst een geloof dat mensen worden geroepen voor werk. Dit klopt heel publiekelijk voor de pastoor of de politici, maar ook de automonteur en accountant zijn geroepen tot hun functie. Door hun roeping aan te nemen en hier ijverig aan te werken eren zij God.

Maar hoe christelijk zijn deze elementen? Hard werken wordt aan het begin van de Bijbel als straf opgedragen aan de mens nadat deze is verbannen uit het paradijs, de tuin van Eden. Later in de Bijbel komt een andere gedachte naar boven: zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de dag van God. Dan zult u niet werken. Dit kan gelezen worden als een opdracht aan de mensen om, wanneer zij God niet eren in rust, God te eren door te werken. Ook in het Nieuwe Testament staat hard werken hoog in het vaandel. De gelijkenis van de talenten wordt vaak gebruikt om het belang van je roeping te volgen belangrijk is, naast dat hierin werk verzetten nog belangrijker is. Hierin wordt ook duidelijk dat mensen die minder kunnen, niet gestraft worden hiervoor; de verwachting voor hen die met minder beginnen is hetzelfde als voor hen die met meer beginnen, namelijk dat je er uit haalt wat er uit te halen valt.

De Nederlandse welvaart uitgelegd

Socioloog Max Weber was de eerste man die schreef over de unieke werkethiek van specifieke groepen christenen. Dit viel hem op toen hij rondreis in de Verenigde Staten en hij daar zag hoe bepaalde christelijke gemeenschappen zich anders verhouden naar werk dan anderen. Hij kon deze arbeidsethos op andere plekken terugvinden, vooral in het begin van het kapitalistische systeem. Hij merkte op hoe het kapitalistische systeem rond de zuidelijke Noordzee is onstaan, terwijl handels economieën (een logische voorwaarde voor kapitalisme) al langer bestonden in bijvoorbeeld Italië. Hij zocht een reden om te verklaren dat het kapitalisme in Engeland en Nederland echt begonnen was voor dat het in Italië begon. Zijn observaties waren duidelijk: er is een inherent verschil in de arbeids cultuur van gereformeerde christenen en katholieke christenen. Volgens hem ging dit ook diep de theologische verschillen in. Sola gratia, een belangrijk onderdeel van het gereformeerde geloof, stelt dat vergeving een gift van God is, niet een verdienste. Als reactie hierop zouden gereformeerden anderen tot zegening willen worden, wat zich uitte in het idee dat dit behaald kan worden door hard te werken. Dit is anders dan de goede werken van het katholicisme. Die werken zijn vooral gericht op iemands eigen vroomheid in plaats van het idee om anderen tot zegening te zijn.

Hoe zien wij dit terug in Nederland? De welvaart die wij ervaren is de grootste verdienste. Eeuwen aan mensen die hard werkten, hun geld niet verkwisten en proberen om ook anderen tot zegening te zijn maakt een land dat gericht is op geld verdienen, duurzaam omgaan met spullen en investeren in elkaar. Laat dit nou net ook de bouwblokken zijn voor grote, langdurige welvaart. Het verschil is ook groot met christenen die zich niet bijten in de calvinistische arbeidsethos. Sommige nieuwere evangelische kerken richten zich op iets dat ‘welvaarts evangelie’ heet. Dit stelt dat welvaart een geschenk is wat je krijgt van God wanneer je gelooft. Binnen ontwikkeldende landen, specifiek in Afrika, is er een duidelijk verschil te zien in de welvaarts groei tussen gebieden die kerken hebben die zich aansluiten bij de calvinistische arbeidsethos en kerken die zich aansluiten bij het ‘welvaarts evangelie’. Deze bewijzen maken dat stellen dat onze welvaart, in ieder geval deels, te verklaren is met deze arbeidsethos.

Waarom wij en jij deze ethos nodig hebben

Waarom een maatschappij deze ethos nodig heeft lijkt mij duidelijk. Ieder land dat wordt geleid door mensen die deze ethos dragen hoort tot op de dag van vandaag bij de rijkste landen van de wereld, ongeacht de geografische moeilijkheden die gebieden met zich mee kunnen brengen. Nederland, een land dat letterlijk uit de zee is getrokken. Engeland, waar de natuurlijke grondstoffen in de middeleeuwen al uitgeput waren. Canada en Australië, waar het weer, klimaat en grond het tot recentelijk onmogelijk maakte om te wonen. In al deze landen hebben hardwerkende mensen die God willen dienen het meeste gemaakt van wat de aarde hen gaf. Een beroepsbevolking geleid door de calvinistische arbeidsethos is de meest productieve bevolking waar je voor kan wensen. Maar waarom heb jij persoonlijk deze ethos nodig?

Laten we er niet omheen draaien: een persoonlijke calvinistische arbeidsethos zal er vrijwel altijd toe leiden dat ook jij meer welvarend zal worden dan wanneer je deze niet aanhoudt. Maar zelfs als dat niet een gegeven is zijn er voordelen. Een calvinistische arbeidsethos brengt met zich mee dat je zelf meer voldoening zal halen uit je werk. Wanneer je werkt zonder een doel van rijkdom en welvaart, maar omdat je bent overtuigd dat dit is wat God van je vraagt, zal dit leiden tot een grotere mate van voldoening in je werk. In voor- en tegenspoed in je werk, of de promotie komt of uitblijft, uiteindelijk is niet de omstandigheid waarin, maar de manier waarop je werkt doorslaggevend voor je arbeids geluk. Als mensen aan mij vragen hoe ik met mijn drukke agenda toch altijd vrolijk ben, of waarom ik eigenlijk altijd vrolijk ben, weet ik dat dit komt omdat ik God eer met mijn werk. Voor een gelovig man zoals mijzelf is er geen hoger doel dan God eren. Daarom zal ik zes dagen arbeiden en al mijn werk doen, en op de zevende dag zit ik niet stil en eer ik God op een andere manier.

Zeverdung

Plaats een reactie