‘Maar waarom dan Jezus volgen?’

In mijn omgeving probeer ik altijd open te luisteren naar mensen die interesse tonen. Dit lukt niet altijd. Wanneer dit wel lukt, krijg je soms oprecht interessante vragen om over na te denken. Ik ben opgegroeid in een christelijke omgeving: familie is christelijk, school is christelijk, wekelijks naar de kerk, feestdagen naar de kerk en dagelijks bidden. Als kind merk je niet altijd dat dit een keuze is. Pas wanneer je ouder wordt en in contact komt met anderen komt dat aan bod. Aan het eind van de middelbare school begon ik zelf al kritischer te worden op het geloof. Ik zocht naar bewijzen, stelde vragen waar mensen niet naar mijn voldoening op antwoorden en verdiepte me in agnostisch en atheïstisch gedachtengoed. Nou ja, zo veel als een 16 jarige dat kon dan. Ik neem je graag mee in mijn ervaring als tiener die opgroeide in christelijk Nederland, hier uit is gestapt en binnen 4 jaar weer terug was. Daarna neem ik je graag mee in de interessante discussie die om me heen gebeuren en waarom een open houding hierin belangrijk was.

Opgroeien in en losbreken uit christelijk Nederland

Ik ben opgegroeid in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Dit is een redelijk brede stroming met een erg decentraal karakter. Tot 2025 was het ook de oudste bestaande calvinistische kerk zonder samenvoegingen of afsplitsingen. Opgroeien in deze kerk betekende voor mij dat ik tweemaal per zondag naar de kerkdienst ging en vanaf de middelbare school hierbij nog naar catechisatie. Ook was er jaarlijks een dag voor de zending en vaak bijeenkomsten om met leeftijdsgenoten plezier te hebben. Ik heb nooit een afkeer gekregen naar de kerk als instituut of naar de mensen daarin. Al met al is het simpelweg wat je kent, je weet niet beter en denkt dat dit normaal is. Scholing was niet anders. Ik heb op zowel een christelijke basis als middelbare school gezeten. Deze scholen waren niet van het niveau dat het om deze zoveel tijd het nieuws bereikt met hun praktijken, maar wel met een duidelijke christelijke basis en moderne uitvoering. Al met al niet het soort scholen wat mensen beweegt om een grondwettelijke herziening te beginnen, maar ook niet het soort school waar je als niet-christen bijna niks merkt van de identiteit.

Op de middelbare school veranderde er iets. Je leert kritischer denken en daarbij komt ook de bevraging van autoriteit. De kerk is daarvan voor mij ook een doelwit geweest. Dit werd erg versterkt door sociale media die je hierin kan voeden. Op YouTube kwam ik videos tegen over tegenspraken in de Bijbel en video’s die het bestaan van God op logische wijze ontkrachten. Ik was altijd al erg happig om intelligentie mensen na te apen en ook zo deed ik dat met deze YouTubers. Hun theorieën werden al snel mijn waarheden zoals vaak gebeurt met kinderen in deze levensfase. Dit kwam ook terug in mijn gedrag. Ik ging met veel tegenzin naar de kerk toe. Ook begon ik mij opstandiger op te stellen tegenover mijn ouders. Dit was natuurlijk wel erg relatief aan mijn gedrag daarvoor. Als ik luisterde naar wat leeftijdsgenoten allemaal uitspookte was ik nog steeds het braafste kindje van de klas. Maar afspraken expres niet nakomen, liegen en op een ‘grappige’ manier mensen belachelijk maken zat er allemaal in. Soms betrap ik mezelf er op dit nog steeds te doen, wat voor mij alleen maar meer bevestigd dat dit echt is gebeurd in de formerende jaren van mijn leven.

De wederkeer naar het christendom

‘Word ik hier gelukkig van?’

Dit is denk ik de fundamentele vraag die in mij rondspookte toen ik 16 jaar oud was. De veranderingen in mijn gedrag waren mij toen wel helder, evenals mijn veranderende beeld omtrent hoe ik naar de wereld keek. Ik voelde bijna een soort leegte in mij waar een gevoel van vervulling zou moeten zitten. Vertrouwen in het menselijke en daarmee het goddelijke loslaten zorgde voor veel reuring in mijn gesteldheid. Uiteindelijk was het dit gevoel en niet een logische redenatie die mij deed terug dwalen naar religie. Dit betekent niet dat de logische redenatie verdwenen was. Ik voelde veel weerstand om weer te gaan geloven maar heb toch besloten het een kans te geven. Religie werd voor mij systematisch ontleed en afgewogen tegenover mijn nog jonge atheïsme. Veel religies vallen al snel weg als je ze voorlegt tegenover moderne wetenschappelijke inzichten. Er mist daarin een ingrediënt dat zowel bovenmenselijk is als te bewijzen als waar. Als we ons toespitsen op de grotere religies zien we allereerst dat het boeddhisme wegvalt. Er is dusdanig veel bewijs voor het bestaan van de bedenker van het boeddhisme zonder dat er voldoende bewijs is dat hij daadwerkelijk iets bovenmenselijk heeft kunnen doen. Wijs was hij ongetwijfeld en het boeddhisme is ook zeker een geloof dat erg veel goeds in de wereld brengt zonder er iets duidelijk negatiefs voor terug te leveren. Toch lijkt er geen waarheid in te vinden boven dat wat mensen kunnen bevatten. Juist dat is wat ik zocht en nog niet had gevonden.

Het hindoeïsme heeft een interessante positie in deze discussie. Veel aanhangers van ‘het hindoeïsme’ zeggen dat er niet één hindoeïsme is en ook niet één waarheid als het gaat om geloof. Sommige gaan zo ver om te zeggen dat moslims, joden en christenen ook aanhangers van een hindoeïsme zijn waarin een andere God de meest prominente, of zelfs enige, rol heeft gekregen. Dit maakt het wel enorm moeilijk om waarheid te vinden. Als dat wat waar is allesomvattend is, is alles dan waar? En als alles waar is, zijn er dan ook dingen onwaar? Dit is voor mij geen bevredigend antwoord in mijn zoektocht naar waarheid. Hindoeïsme gaf meer lichting op het bovenmenselijke dan het boeddhisme, maar een consistente leer over waarheid en daarmee vragen kunnen beantwoorden mist.

De volgende op het blok was voor mij het jodendom. Als we het hebben over een consistente leer over waarheid en een bovenmenselijke macht dan oversteeg het jodendom het boeddhisme en hindoeïsme direct. Ook zie ik zelf dat joden als mensen veel goeds doen in de wereld. Niet op de grootschaligheid en met dezelfde consistentie van het boeddhisme, maar alsnog. Toch zit er iets in het jodendom dat het erg moeilijk maakt om er te geloven. Het jodendom is enorm exclusief. Als jood ben je geboren. Bekering naar het jodendom toe gebeurt vrij weinig en dit wordt vaak ook met argwaan bekeken vanuit joodse gemeenschappen. Dit maakt het moeilijk voor mij om te kunnen delen in de waarheid van het jodendom. Daarmee viel ook het jodendom voor mij af.

Een religie met een duidelijke waarheid, een bovenmenselijke macht en toegankelijk voor buitenstaanders. Zijn dit dan alle ingrediënten nodig om mij te overtuigen? We hebben nog twee grote religies te gaan, dus laten we het eerst hebben over de islam. Al het bovenstaande is toe te passen op de islam. Verfijnde leer, duidelijk godsbeeld en bekering wordt aangemoedigd en verwelkomd. Waarom is dit het dan toch niet geworden? We moet daarvoor terugkomen op iets wat ik eerder heb aangehaald. Elke religie werd voor mij ontleed en ik heb geprobeerd te zien hoe de waarheden binnen de religies zijn opgebouwd en met elkaar samen hangen. Wanneer ik dit deed voor de islam kwamen er voor mij toch te veel problemen om overtuigd te raken. Wanneer je de heilige teksten als dusdanig aanneemt denk ik dat het geloven in de islam best overtuigend en logisch kan voelen. Wanneer je ze afweegt tegenover de wereld zoals deze is en de context waarin de islam is ontstaan zijn er voor mij echter te grote problemen om hier serieus in te kunnen geloven. Vooral de relatie tussen de islam en het christendom en jodendom vielen hierin op. De islam stelt dat zij een vervulling is van beide religies. De heilige schriften van de islam nemen ook veel over van de heilige schriften van het christendom en het jodendom. Voor mij is helder dat de islam niet waar kan zijn zolang als zij haarzelf geloofwaardigheid wil ontlenen aan het christendom en het jodendom. Beide kunnen niet naast elkaar waar zijn en de islam zelf kan zichzelf niet als geloofwaardig schetsen zonder het christendom en jodendom te bewijzen. Voor mij is de afbrokkeling van de geloofwaardigheid van de islam tegenover moderne geestelijke wetenschappen de reden hierin niet te geloven. Dit betekent dat er nog maar één kandidaat over blijft: het christendom.

Ik snap dat het antwoord ‘het christendom is waar’ niet zo overtuigend klinkt van iemand die is opgevoed als christen binnen een christelijke bubbel. Toch wil ik er mijn pleidooi voor houden. Ik heb eerder geschreven over de waarheid van het christendom. Hierin heb ik geprobeerd uit te diepen waarom ik het christendom uniek vind rondom andere religies die voor buitenstaanders van geloof, atheïsten dus, erg op elkaar kunnen lijken. Mijn voornaamste reden is dat het christendom niet logisch te plaatsen is in de ontwikkeling van de mens als een hulpmiddel, waar andere religies dit wel waren. De overtuiging komt dan vooral uit pragmatisch oogpunt: als het christendom geen voordeel geeft voor de gelovige, waarom waren de vroege christenen dan dusdanig bevlogen in hun geloof? Voor mij is helder dat er iets bijzonders moet zijn aan Jezus Christus als persoon. Deze realisatie bracht mij terug naar het christendom. Toen ik daarna de leer van het christendom heb getoetst aan ieder bezwaar dat ik er eerder over had, viel dit alles weg. Voor mij werd duidelijk dat de simpele timmermans zoon waarover meer primaire geschriften zijn geschreven dan de gelijktijdige Romeinse keizer bijzonder moest zijn. Gelukkig heeft Hij zelf het antwoord gegeven over waarom Hij bijzonder is geweest door na Zijn dood weder op te staan, iets wat wij simpele mensen niet kunnen doen.

Als Jezus de zoon van God is, waarom zou je hem dan volgen?

Na deze lange preamble komen we eindelijk tot de hoofdvraag van dit stuk. De laatste jaren ben ik steeds meer gaan zoeken naar christelijk Nederland maar mijn contact daarbuiten is ook vergroot. Omdat ik openlijk mijn geloof beleid en contact heb buiten de christelijke kringen komen er veel kritische en oprechte vragen over waarom ik geloof. Een vraag die erg bij mij is blijven hangen is de titel van deze alinea. De vraagsteller verondersteld dat zelfs als Jezus de zoon van God is, Hij heeft gedaan wat staat geschreven in de Bijbel en Hij nog steeds actief is op aarde het niet wenselijk is Hem te volgen. Hij veronderstelt dat God, en daarmee Jezus, geen goed moreel voorbeeld is om te volgen en dat hij zich gedraagt als een tiran, narcist en immoreel gedrag vertoont en aanmoedigt. Deze punten wil ik hieronder graag ontkrachten. Hiervoor volgt nog wel een suffe doch nodige nuancering: wij als mensen kunnen God niet volledig begrijpen. Alle ‘antwoorden’ die ik daarom voorleg zijn niet automatisch waarheid. Geloof is nodig om hierop te vertrouwen.

Wat is het meest centrale thema van het christendom? Waarmee onderscheidt het zich van andere religies? Iets wat nergens anders te vinden was voor het christendom en maar zelden daarna is het concept dat God mens is geworden en op aarde heeft geleefd. Hierin ligt voor mij dan ook direct het grootste bewijs van de liefde van God die meer omvat dan al het ogenschijnlijke kwaad wat God heeft aangericht. Hiervoor moeten we wel weten wat de verhouding is van God en mens. God heeft mensen gemaakt. Sterker nog, hij heeft ze perfect gemaakt naar zijn evenbeeld. Dit betekent niet dat wij gelijk zijn aan God maar wel dat we met vergelijkbare eigenschappen zijn gemaakt. Denk hierbij aan onze ratio, mogelijkheid tot liefhebben en een vrije wil. Vooral dat laatste is hier van belang. Deze vrije wil is absoluut en betekent dat we kunnen kiezen om met of zonder God te leven. Zoals het bekende verhaal van de zondeval laat zien kan de mens, zelfs wanneer het met God leeft, kiezen om zonder God te willen leven. Er is klaarblijkelijk een keuze of je met God wil leven, iets dat ik persoonlijk als een groot goed zie. Het laat ook zien dat we niet enkel als slaafse volgelingen zijn gemaakt terwijl God deze wel had kunnen maken. Waarom God dit heeft gedaan is één van die dingen die wij als mensen waarschijnlijk niet kunnen doorgronden, maar er wordt gezegd door theologen dat dit een uiting is van de omvangrijke liefde van God. Dat mensen dus überhaupt bestaan zoals ze zijn, met vrije wil en daarbij komende imperfecties, is voor mij een blijk dat God mensen liefheeft.

Is God dan wel een tiran die mensen wel vrije wil heeft gegeven, maar ze alleen heeft gemaakt om ze vervolgens te onderwerpen aan een wet die ze niet kunnen waarmaken en daarmee niet voldoen aan die onrealistische verwachtingen? De wetten en regels zijn er om mensen de juiste weg te wijzen naar een goed, volwaardig leven. Zoals een ouder advies geeft aan diens kinderen geeft God sturing aan ons leven zodat we er verantwoordelijk mee om gaan. Volg je dat advies goed op, dan kom je aan het eind van je leven bij God in de hemel, een plek die wordt beschreven als perfect, waar mensen zonder lijden zijn.

Is het dan niet immoreel van God om ook mensen niet de toegang te geven tot de hemel? Dit lijkt een moeilijke vraag, maar in wezen bouwt de vraag op een onjuiste aanname. God geeft ieder mens toegang tot de hemel door zijn zoon Jezus. Want een ieder die in Jezus gelooft zal voor eeuwig worden gered, zo staat het in de Bijbel. Jezus redt ons van een eeuwige bestaan weg van God en het enige dat hij terug vraagt is dat je in hem gelooft en hem wilt volgen. Dit aanbod is oneindig goed omdat het ons van oneindige ellende naar oneindige goedheid brengt. Ook dit laat voor mij de goedheid van God zien.

Toch kan je nog de vraag stellen waarom God niet ook de mensen die hem afwijzen naar de hemel laat gaan. Een goed persoon zou ook zijn vijanden liefhebben. Dit staat zelfs in de Bijbel. God lijkt zich hier zelf niet aan te houden. Is God hiermee niet toch een narcist die alleen mensen in de hemel wil die hem loven? Hier moet ik toch terug grijpen naar de creatie van de mens. Essentieel in de creatie van de mens en wat ons ook onderscheidt van dieren is de vrije wil om voor of tegen God te kiezen. God respecteert de keuze van ieder mens, ook als deze leidt tot lijden. De vrije wil werkt niet alleen wanneer het goed uitkomt, die is absoluut! God belooft zichzelf te openbaren aan ieder mens en ieder mens daarom de keuze te geven voor of tegen hem. Welke keuze dat ook is, God respecteert deze. Hieruit blijkt voor mij nogmaals zijn liefde, want een narcistisch god zou zich uitrazen naar hen die hem niet willen volgen. God doet dit niet, want God is goed.

Als laatste wil ik het nog hebben over de kruisdood van Jezus. Sinds de eerste mens tegen God heeft gekozen heeft ieder mens dat in wezen ook gedaan door niet de wetten en regels van God te volgen naar perfectie. Mensen kunnen dit namelijk niet uit zichzelf. Stelt God mensen dan weer niet voor een ogenschijnlijke keuze waar eigenlijk maar één echte optie bestaat? Ik ben overtuigd van niet vanwege de kruisdood van Jezus. God zelf kwam als mens leven en ervoer het mens zijn met al het leed van dien. Jezus heeft zichzelf uiteindelijk zelfs los gevoeld van zijn Vader door alle menselijke fouten te dragen. Hij overwon deze zonde omdat hij zelf zonder zonde was en kon daarmee de brug tussen God en mens worden. Met het offer van Jezus reikt God zijn hand permanent uit naar mensen om te bestaan in de liefde van God, zelfs als we zelf zondig zijn.

Zeverdung

Plaats een reactie