De verleiding van de steentijd

Recentelijk ben ik begonnen met het spelen van een videogame die je meeneemt door de ontwikkeling van de hele menselijke soort. Dit betekent dat het begint toen mensen ontstonden en zich begonnen te ontwikkelen, een periode die in de geschiedenis de steentijd wordt genoemd. Het spel is erg uitgebreid en naar mijn inzien nauwkeurig, wat maakt dat je een inkijkje krijgt in wat het bestaan van iemand uit het de steentijd inhoudt. De steentijd is al jaren mijn favoriete tijdperk, een mening die niet door veel geschiedkundigen wordt gedeeld. Voor mij is het een studie naar wat de basis maakt van hoe menselijk gedrag werkt. De mens staat in de steentijd nog in een erg directe afhankelijke relatie met de natuur, wat naar mijn inzien fundamenteel is aan hoe mensen zich gedragen. Dat is echter niet waar ik naar toe wil gaan met deze blog. Voor mij zal dit een reflectieve blog zijn over mijn eigen kijk naar hoe het leven in de steentijd was. Ik wil je meenemen door mijn fascinaties en verlangen naar de steentijd, waarom deze verlangens meer fout doen dan goed en waarom mensen van nu anders zijn dan mensen uit de steentijd. Uiteindelijk wil ik ook meegeven aan iedereen die ook verlangt naar de steentijd hoe ze de steentijd in het nu kunnen ervaren.

De steentijd roept en ik wil antwoorden

De Duitsers hebben veel mooie woorden voor veel concepten die in andere talen moeilijk te grijpen zijn. Zo ook in mijn geval. Waar we in het Nederlands ‘heimwee’ hebben, dat een intens verlangen naar thuis omschrijft, hebben de Duitsers ook het antoniem hiervoor. ‘Fernweh’, ofwel ‘ver-wee’ is het intense verlangen naar dat wat ver weg is. Ik ervaar enorme Fernweh als ik denk aan de steentijd. De directe connectie met je eten en drinken, het kennen van je complete sociale cirkel en hiermee dagelijks in contact staan en het ogenschijnlijke gemak om je levensstandaard enorm te verhogen met simpele uitvindingen en ontdekkingen. Als ik denk aan leven in de steentijd zie ik voor me hoe ik als moderne mens veel gemak zo verliezen en dit daarom mijn leven zou verrijken. Wanneer ik meer directe invloed heb op wat ik eet en drink denk ik dat ik dit ik dit meer zou appreciëren. Wanneer mijn sociale groep niet groter kan zijn dan dertig tot honderd mensen denk ik dat het veel makkelijker is om een persoonlijke relatie te hebben met iedereen waar ik van afhankelijk ben en de wereld deel. Wanneer het toepassen van kennis die ik nu al bezit kan leiden tot enorme waardering van mijn medemens omdat het leven gemakkelijker wordt denk ik dat ik daar gelukkig van wordt. De steentijd voelt als het tijdperk waarin ik het best tot mijn recht kan komen als mens.

Ik wil niet ontkennen dat de steentijd geen gevaren met zich mee brengt. Weer en klimaat, voedsel- en waterschaarste, roofdieren en conflicten tussen mensen zijn allemaal dingen waar ik nu bijna niet kwetsbaar voor ben die mij toendertijd makkelijk het leven had kunnen kosten. Ook simpele ziektes zijn levensgevaarlijk in de steentijd. Toch voelt dat als een risico die ik durf te nemen om de gelukzaligheid van de steentijd te mogen ervaren. Ik denk dat de meeste mensen van nu zouden bezwijken onder de condities van de steentijd. Ook denk ik dat de algemene kennis die ik heb opgedaan over aardrijkskunde en geschiedenis mij er wel zou laten floreren. Het idee dat kennis die ik heb opgedaan op de middelbare school, tijdens mijn studie tot docent en door het spelen en onderzoeken van spellen die zich afspelen in deze tijdsperiode mij voldoende hebben voorbereid om te excelleren in de steentijd geeft mij daarom een gevoel een Fernweh. Fernweh naar een tijd die ik niet meer kan meemaken. Fernweh naar een tijd waar waarneembare kennis en begrijpbare kunde beiden tot hun recht komen in de ontwikkeling van de mensheid. Ik voel ook jaloezie naar hen die dit wel hebben mogen meemaken en dit niet hebben geapprecieerd zoals ik dat zou kunnen. Het voelt oneerlijk dat ik, als moderne mens, niet de kans krijg om mijn natuurlijke zijn te kunnen toepassen om mijn soort vooruit te helpen maar dat dit moet komen door artificiële ontwikkelingen in de wetenschap. De steentijd roept mij aan, verlangt naar wat mij mens maakt en naar wat ik naar de tafel kan brengen. De steentijd roept en ik wil antwoorden.

De steentijd roept, maar ik moet niet antwoorden

Mijn fascinatie met de steentijd riep in mij de vraag op; waarom? Waarom verlang ik naar een tijd die ik niet kan meemaken? Waarom voel ik mij geroepen naar iets wat objectief gezien slechter is dan wat ik nu heb? Waarom raakt het spelen van een spel over de steentijd mij tot het diepste van mijn bestaan? Sommige mensen vinden waarom vragen over hun zijn niet fijn. Het geeft ze het gevoel zichzelf te verdedigen en te verantwoorden. De waarom vraag voelt mij niet als aanvallend, maar fascinerend. Als ik denk: ‘Waarom verlang ik naar de steentijd?’ (of waarom verlang ik naar bepaalde dingen?) geeft dat mij de mogelijkheid na te denken over wat ik mis in mijn leven. Ik denk dat een leven in de steentijd mij veel voldoening zal geven over wie ik nu al ben zonder dat er verwachting is dat het nog meer moet worden. Ik moet hier uit concluderen dat ik dit nu mis. Ik haal onvoldoende voldoening uit wie ik nu al ben dat ik verlang naar meer. Een leven in de steentijd zal dit misschien oplossen, maar voor welke prijs? Kan ik huis en haard achter laten om die voldoening op te zoeken? Ik ben nooit een avonturier geweest. Kan ik mijn vrienden en familie achter laten om die voldoening te zoeken? Ik hecht veel waarde aan het behouden van die relaties. Kan ik het comfort van het moderne bestaan opgeven om die voldoening te zoeken? Ik vind het nu al moeilijk om comfort op te geven voor basale zaken. Een leven in de steentijd zal dit misschien oplossen, maar het baat niet.

Is het slecht om te verlangen naar iets wat slecht voor je is? Ja, zou mijn antwoord zijn. Uit verlangen vloeit actie. Om te doen wat slecht is, is slecht. Dus ja, verlangen naar wat slecht voor mij is moet wel slecht zijn. Dat ik verlang naar iets dat slecht is verbaast mij niet. Mijn geloof vertelt mij dat dit een natuurlijke staat is van mens zijn. Ik vind er rust in dat het een normale zaak is, maar tegelijkertijd motiveert het mij ook hier iets aan te doen. Dat wordt immers ook van mij gevraagd door mijn geloof. Toch maakt dit het niet makkelijk. Dat het een plicht, opdracht en taak is maakt het niet dat het zo is geregeld. Verlangen is iets dat erg diep in mensen zit, zo ook bij mij. Mijn verlangen naar de steentijd is niet zoals mijn verlangen naar een hartige maaltijd aan het eind van de dag. Mijn verlangen naar de steentijd is metafysisch. Het overschrijd mijn gevoel en gaat door tot mijn zijn. Dit betekent ook dat ik er geen afstand van kan doen. Mijn zijn verlangt naar de steentijd is een gegeven, net zoals mijn zijn verlangt te blijven te leven. In tegenstelling tot blijven leven, wat voor mij als moderne mens erg makkelijk wordt gemaakt, is naar de steentijd gaan bijna onmogelijk. Zeker naar de steentijd die ik verlang, waar ik de enige moderne mens ben, omringd door mensen uit de tijdsgeest. Als het onmogelijk is naar de steentijd te gaan, maar mijn zijn verlangt naar de steentijd, moet de steentijd hier worden gebracht.

De steentijd roept en ik zal haar ophalen

Ik ben er van overtuigd dat er gebruiken uit de steentijd zijn die mensen verlangen maar enorm missen in hun wezen zonder dit door te hebben. Graag wil ik voorleggen hoe je als moderne mens in de moderne tijd de gebruiken van de steentijd kan ervaren. Allereerst, wat typeerde het leven van iemand uit de steentijd? Waar bestond de dag grotendeels uit? Het verzamelen, verwerken en consumeren van voedsel. Er was geen planning of zekerheid. Er was alleen een wil om te eten en dit te verzamelen. Deze relatie met voedsel, iets dat moeite en vooral tijd kost, is iets dat we hebben verloren. De meeste van ons besteden het grootste deel van de dag binnen enkele meters van meer eten dan ze dagelijks nodig hebben. Hierin kunnen veranderingen worden gemaakt. De voorraadkast leger houden, maaltijden niet plannen, geen weekendboodschappen en niet uit eten. Dagelijks naar de (super)markt om dan en daar te beslissen wat er deze 24 uur wordt gegeten. Dit geeft niet de onzekerheid van de steentijd, maar wel de ontdekking en tijdsbesteding. Een alternatief is om op eigen grond voedsel te verbouwen. Er zijn voldoende mogelijkheden om in een achtertuin of zelfs een balkon een moestuin aan te leggen. Een connectie voelen met je eten, tijd en moeite steken in de groei hiervan is meer beloning dan de steentijd kan bieden.

De steentijd spreekt mij ook op sociaal vlak aan. Hoewel mensen sociaal complexe wezens zijn en de moderne maatschappij dat ook is hoeven we ons daar niet aan te houden. Directe communicatie, veelvuldige samenkomsten en een kleine, hechte gemeenschap zijn zaken die nu minder voorkomen maar waar ik wel naar verlang. Dit voor elkaar krijgen is moeilijk; mensen hebben verplichtingen, wonen ver uit elkaar en hebben niet dezelfde zienswijze op wat veelvuldig inhoudt. Ik voel me gezegend met mensen om me heen die veelvuldige sociale bijeenkomsten net zo appreciëren als ik. Het laatste dat mij aansprak aan de steentijd is het enige wat ik nog niet heb kunnen oplossen; het gevoel van voldoening om wie ik al ben en wat ik al kan. Ik heb het vermoeden dat het antwoord op dat verlangen wel meer problemen kan oplossen dan alleen mijn gevoel van gemis. Ik denk dat dit verlangen raakt aan een probleem die veel moderne mensen ervaren in onze prestatiegedreven maatschappij. Als iemand mij kan tippen naar de oplossing hiervoor, doe dit dan alsjeblieft niet. Ik wil er voldoening uit halen dit zelf uit te vogelen. Voor nu wil ik jou bedanken voor het lezen. Als ik nog een laatste verzoek mag doen, dan is dat het volgende: Wanneer iemand aan je vraagt welk tijdperk uit de geschiedenis je het meest aanspreekt, zeg dan de steentijd. Als ze vragen waarom, en dat zullen ze doen, zeg dan dat de steentijd het diepste van je zijn representeert.

Zeverdung

Plaats een reactie